Dit artikel beschrijft welke CAO, pensioenregeling en salaristabellen worden ondersteund voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Ook wordt toegelicht hoe deze pensioenregeling in Nmbrs wordt berekend en hoe de pensioenexport wordt gedaan.
Ondersteunde CAO's, pensioenregelingen en salaristabellen
Betreft CAO's:
- 433 | Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf
Aanwezige CAO-modellen in Nmbrs:
- 433 | Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf
Dit artikel beschrijft hoe je een CAO-model bij een bedrijf kunt selecteren en toepassen.
Aanwezige pensioenregelingen in Nmbrs:
- 0078 | Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf
Dit artikel beschrijft hoe je een pensioenregeling bij een bedrijf kunt selecteren en toepassen.
Aanwezige salaristabellen in Nmbrs:
- 0434 | Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf
- 0433 | Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf (uur)
In Nmbrs worden AVV- en principe-akkoorden ondersteund, zie dit artikel voor meer informatie hierover.
Pensioenexport
Vanuit Nmbrs kan het pensioen worden aangeleverd via APG Schoonmaak.
Aandachtspunten
Regelingen voor vakantiegeld
Aangezien het pensioenfonds voor de berekening van het pensioen maandelijks het gereserveerde bedrag aan vakantietoeslag (VT) meeneemt hebben wij regeling 2 | Vakantiegeld voor grondslag toegevoegd aan de branche. Dit is noodzakelijk, omdat de pensioenregeling (3) het SV-loon als grondslag hanteert. Bij dit type grondslag heeft het ingeven van een % VT in de regeling geen effect. Regeling 2 berekent het gereserveerde bedrag aan VT per periode en dat telt vervolgens mee in de grondslag voor regeling 3. Op deze manier wordt de periodegrondslag verhoogd met het % VT.
Het pensioenfonds verwacht dat bij onbetaald verlof de premies worden doorberekend alsof er geen onbetaald verlof is. Dat veronderstelt ook een volledige opbouw van de reservering VT, hoewel deze door het verwerken van onbetaald verlof standaard verlaagd wordt. Om dat te voorkomen bevat de grondslag van regeling 1 | Vakantiegeld (correctie OVW) enkele looncomponenten voor onbetaald verlof, waarover 8% (wn) wordt berekend. De uitkomst telt positief mee in de grondslag van regeling 2, zodat bij gebruik van deze componenten toch 100% VT wordt berekend.
4-wekenbedrijf
Deze branche maakt gebruik van de functie 'leeftijdcheck 1e van de maand'. Bij het berekenen van de grondslag bij een 4-wekenbedrijf wordt gekeken naar het aantal dagen in een maand in die specifieke periode.
Bijvoorbeeld: een medewerker wordt op 12 februari 2017 21 jaar (geboren op 12-02-1996) en zal vanaf dat moment ook pensioenpremie afstaan. Periode 2 is van 30 januari tot er met 26 februari (4 weken kalender). In dit geval zal de pensioengrondslag (stap 5 = A-D) vermenigvuldigd worden met factor 26/28.
In periode 2 kan je maximaal 28 dagen werken (4 weken maal 7), waarvan in dit geval 2 dagen in januari vallen en dus het aantal dagen in februari 28-2=26 is. APG verwacht dat je om deze reden met een factor 26/28 gaat rekenen.
De leeftijdscheck is te herkennen door 'ja' in het rode vierkantje hieronder.

Periodefactor
Vanaf 2026 wordt in de berekening een 'periodefactor' gehanteerd, die beïnvloed wordt door in- en uitdiensttreden (o.b.v. kalenderdagen) of het gebruik van onbetaald verlof (opt-out situatie). Voor dat laatste hebben wij een nieuwe looncode toegevoegd: LC4758 (Opt-out onbetaald verlof).
Berekening
Dit artikel behandelt de berekening van brancheregelingen en bevat ook rekenvoorbeelden .
De pensioenregeling voor deze sector is een ultimo- of perioderegeling, met de volgende kenmerken:
- grondslag = SV-loon minus eigen grondslag
- gewerkte uren = branche-uren
- max = eigen max (uur)
- incl. vakantiegeld (aparte regelingen: standaard en verwerken OVW)
- In/Uitdienst prorata = o.b.v. kalenderdagen (vanaf 2026)
- VCR = nee
- Leeftijdscheck 1e van de maand (4W-bedrijven)
Let op: aangezien alle berekeningen per uur worden gemaakt (maximum grondslag per uur, uurfranchise), wordt in de berekening geen onderscheid gemaakt tussen fulltimers, parttimers en uurloners.
Opmerkingen