Metalektro

Dit artikel beschrijft welke CAO's, brancheregelingen en salaristabellen worden ondersteund voor de Metalektro. Ook wordt toegelicht hoe deze brancheregelingen in Nmbrs worden berekend en hoe de pensioenexport wordt gedaan.

Ondersteunde CAO's, brancheregelingen en salaristabellen

Ondersteunde CAO's:

  • 487 | Metalektro

Aanwezige brancheregelingen in Nmbrs:

  • 0242 | Metalektro

Dit artikel beschrijft hoe je een brancheregeling bij een bedrijf kunt selecteren en toepassen.

Aanwezige salaristabellen in Nmbrs:

  • 487 | Metalektro

In Nmbrs worden AVV- en principe-akkoorden ondersteund, zie dit artikel voor meer informatie hierover.  

Pensioenexport

Vanuit Nmbrs kan het pensioen worden aangeleverd via UPA TKP. Aangiftes over periodes vóór 2022 dienen handmatig te worden aangeleverd op de website van het pensioenfonds (PME).

Opmerkingen m.b.t. deze branche

PT%-berekening o.b.v. 'normuren' (alleen 2022, op 04-07-2023 teruggedraaid voor 2023)
In 2022 was, vanwege voorschriften vanuit PME, voor branche 0242 een nieuwe, cumulatieve, PT%-berekening ('normuren') van toepassing. Deze leidde ertoe dat het percentage niet hoger dan 1 kon zijn. Onder Berekening staat hiervan een rekenvoorbeeld.
Aangezien echter bleek dat PME toch een andere berekening verwacht indien de PT-factor van een medewerker wijzigt, hebben we de PT-berekening teruggezet naar de berekeningswijze die we vóór deze aanpassing hanteerden

Grondslag WIA- en WGA-regelingen
Het PME-reglement schrijft voor de regelingen WIA-bodemverzekering, WGA-hiaat standaard en WGA-Hiaat Aanvullend voor dat de pensioenpremie in mindering dient te worden gebracht op de grondslag voor de WIA- en WGA-regelingen:

(bruto loon P1 * 12 + % vakantiegeld over jaarloon) minus pensioenpremie

De berekening in Nmbrs is als volgt:

(bruto loon P1 minus pensioenpremie P1) * 12 + % vakantiegeld over dit totaalbedrag

Het gevolg hiervan is dat over de pensioenpremie 2x vakantiegeld wordt berekend. Dit kan niet voorkomen worden, aangezien de pensioenpremie de grondslag verlaagt en de grondslag vervolgens vermenigvuldigd wordt met het parttime percentage. Het is niet mogelijk om een brancheregeling zo in te richten dat een deel van de grondslag vermenigvuldigd wordt met het percentage vakantiegeld en de pensioenpremie daarop vervolgens in mindering wordt gebracht. Het verschil tussen beide berekeningen is echter zeer klein (in de orde van grootte van enige centen). Onder Berekening staat hiervan een rekenvoorbeeld.

Ook schrijft het reglement voor dat de PAWW-premie in mindering dient te worden gebracht. Het is echter vooralsnog niet mogelijk om de grondslag ‘loon in geld’ (die wordt gebruikt voor de PAWW-regeling) te laten meetellen in een andere grondslag. Ook dit premieverschil is minimaal. Desgewenst kan de grondslag handmatig worden aangepast.

Eindleeftijd WIA (bodem)- en WGA-regelingen
De eindleeftijd van de WIA-en WGA-regelingen is afhankelijk van de AOW-datum en om die reden niet te bepalen, aangezien de AOW-leeftijd flexibel is en per medewerker kan verschillen. Daarom is de eindleeftijd voor deze regelingen op 'tot 65' (WIA-bodem) resp. 'tot 63 jaar en 3 maanden' (WGA) gezet. Indien voor een deelnemer de premie eerder stopt dan kan deze op '0' worden gezet. Zie de site van WIA Metalektro voor meer informatie hierover.

De WIA-excedentregeling loopt wel door tot aan de AOW-datum, zie reglement.

Regelingen exclusief variabele bestanddelen
De PME- en WIA-excedentregelingen in systeembranche 0242 zijn gekoppeld aan de regelingskenmerken inclusief variabele bestandsdelen. Indien je regelingen dient aan te leveren met kenmerken exclusief variabele bestandsdelen dan kun je hiervoor een eigen brancheregeling aanmaken. Je kunt de instellingen van de systeemregeling overnemen, en in veld Fonds kun je het gewenste kenmerk aan de nieuwe regeling koppelen:

mceclip0.png

ANW-premie
Het ANW-pensioen is geen standaardregeling. De ANW-premie is geen berekende premie maar een bedrag per geboortejaar. Aangezien deze regeling afhankelijk is van zowel het verzekerde bedrag als de leeftijd van de deelnemer moet er gerekend worden met een "dubbele staffel". Deze mogelijkheid is helaas niet aanwezig in Nmbrs. Het bedrag kan handmatig worden ingehouden via gebruik van een looncode. 

Parttime percentage
Het parttime percentage heeft invloed op de pensioengrondslag gedurende het jaar. Welke urencodes meetellen voor de pensioenberekening kan teruggevonden worden bij de Systeem Salarisinstellingen.

Fluctuerend parttime percentage
Het kan gebeuren dat het parttime percentage fluctueert over een aantal periodes, terwijl het bijv. 80% dient te blijven en er geen sprake is van extra gewerkte uren. Je kunt dit oplossen door op medewerkersniveau vanaf periode 1 de urenreservering uit te zetten en een TWK te draaien. Hierna zal het PT% in alle periodes 80 zijn.

Medewerker werkt meer dan 100%
Ook als een medewerker meer dan 100% werkt dient over maximaal 100% pensioen berekend te worden. Voor een correcte verwerking hiervan i.c.m. een jaarregeling doe je het volgende:

  1. vul het rooster met de uren conform een werkweek van 100%;
  2. geef de overige gewerkte uren als 'vaste uren' in het dashlet Extra uren/dagen bij de medewerker in. Het is hierbij van belang dat je deze uren boekt op een urencode die niet tot de grondslag van de branche behoort, zodat deze uren niet worden meegenomen in de pensioenberekening.

Op pagina Instellingen (Masterniveau) kun je onder Systeem Salarisinstellingen => Branches nagaan welke urencodes in de grondslag van de betreffende Nmbrs systeembranche staan.

PME II-regelingen
Wat betreft de pensioenopbouw boven de salarisgrens stelt PME: "U mag zelf bepalen of u (een deel van) de premie in rekening brengt bij uw werknemers. Dit is niet bepaald door de CAO of het PME-reglement. U mag geen onderscheid maken naar leeftijd. Voor elke werknemer moet u hetzelfde premiepercentage in rekening brengen." Op dit moment wordt in Nmbrs de premieverdeling gehanteerd die ook voor de excedentregelingen (de PMT II-regelingen) vallend onder het BPMT wordt toegepast. Afhankelijk van de afspraken kun je hiervan afwijken door op medewerkersniveau de premieverdeling handmatig in te voeren.

Premie ouderschapsverlof
PME hanteert voor het (on)betaald ouderschapsverlof de regel dat zij de helft van de pensioenpremie over de ouderschapsverlofuren betalen. De andere helft brengen ze in rekening bij de werkgever, die de pensioenpremie over de verlofuren bij de medewerker in rekening kan brengen. Een manier om dit in te richten is door het ouderschapsverlof op urencode 3756 te boeken. Deze code telt mee voor de brancheregelingen, zodat de grondslag wordt verlaagd met de uren ouderschapsverlof en deze niet worden meegenomen in de berekening. Daarna kun je de 50% van de premie die de medewerker zelf dient af te dragen boeken op looncode 5500 | Inhouding pensioen (handmatig).
Een andere optie is het per regeling aanpassen van de percentages Wg / Wn.

↓ Berekening

De regeling Pensioenpremie PME (1) dient als voorbeeld van de rekenmethode voor deze branche.
Deze pensioenregeling is een jaarregeling. De pensioenpremie wordt berekend op basis van de eerste periode. Dit kan zijn:

  • de eerste periode van het kalenderjaar (januari); of
  • de eerste periode waarin de werknemer in dienst treedt.

Bij de berekening zijn een franchise en een maximum grondslag van toepassing en de regeling rekent standaard inclusief vakantiegeld, waarbij een minimum van toepassing is. De berekening en een rekenvoorbeeld staan hieronder.

Let op: 

  • Waardes (uren/dagen/percentages/grondslagen/franchises) kunnen afwijken. In de systeeminstellingen zijn de actuele waardes te vinden. 

Rekenmethode:

  1. Fulltime maandsalaris eerste periode (A): (fulltime salaris) of (parttime salaris/parttime percentage) of (uurloon * gemiddelde bedrijfsuren (afgerond op 2 decimalen))
  2. Jaargrondslag (B):(A * aantal perioden jaar) + Vakantiegeld
  3. Jaargrondslag B mag niet hoger zijn dan de maximum jaargrondslag, anders is Jaargrondslag (B) de maximum jaargrondslag
  4. Parttime percentage (afronden 4 decimalen) (C):
    • bij uurloner of extra uren parttimer = werkelijke branche uren / werkelijke bedrijfsuren
    • bij fulltime of parttimer zonder extra uren = gemiddelde uren / gemiddelde bedrijfsuren
  5. Parttime Jaargrondslag (D): B * C
  6. Jaar Pensioengrondslag (E): D - Jaarfranchise
  7. Pensioengrondslag: E / aantal periodes jaar

Rekenvoorbeeld:
In het rekenvoorbeeld wordt uitgegaan van een fulltimer medewerker met de volgende componenten:

  • Fulltime salaris = €2000
  • Fulltime werkweek = 40 uur.
  • Gemiddelde bedrijfsuren = 173,33
  • Vakantiegeld percentage = 8%
  • Maximum jaargrondslag = 70000
  • Jaarfranchise = 15304
Stap Berekening    Uitkomst
1. (A) Fulltime maandsalaris eerste periode:      2000       
2. (B) Jaargrondslag: 2000 * 12,96    25920
3. Jaargrondslag: 25920 < 70000    25920
4. (C) Parttime percentage 173,33 / 173,33    1
5. (D) Parttime jaargrondslag 25920*1    25920
6.(E)  Jaarpensioengrondslag 25920 - 15304    10616
7. Premiegrondslag 10616 / 12    884,67

Grondslag:
In de grondslag voor de berekening telt een aantal loon- en urencodes mee, zoals Salaris en Salaris per dag. Alle loon- en urencodes die in de grondslag meetellen zijn te vinden bij de Systeembrancheregelingen op tabblad Instellingen (Masterniveau).

Let op:

  • Wanneer de berekening op basis van de eerste periode wordt gemaakt en een werknemer halverwege de maand in- of uitdienst treedt, wordt de premie pro-rata berekend o.b.v. kalenderdagen in periode in/uitdienst. Vanaf de periode na de indiensttreding wordt wel de volledige pensioenpremie ingehouden.
  • De regeling berekent de jaargrondslag standaard inclusief vakantiegeld. Dit is niet afhankelijk van ingestelde reserveringen in Nmbrs.

Rekenvoorbeeld PT%-berekening o.b.v. 'normuren' (alleen 2022)

Berekening:
(cumulatieve gewerkte uren medewerker) / (cumulatieve normuren bedrijf) = PT% (gemaximeerd op 1)

Voorbeeld:
Fulltime uren per jaar: 2080
Periodes per jaar: 12
Normuren: 2080/12 = 173,33

Fulltime medewerker:

PME_FT.png

Parttime medewerker:

PME_PT.png

Uurloner:

PME_UL.png

Let op:
In alle gevallen worden de cumulatieve, door de medewerker gewerkte uren, gedeeld door de cumulatieve gewerkte normuren. Het resultaat is dat, als een medewerker bijvoorbeeld een of meer periode(s) niet werkt, er alsnog een PT% en daarmee ook een brancheregeling op de loonstrook wordt berekend. En als voor een medewerker het rooster gedurende het jaar structureel wijzigt, dan zal het gehanteerde PT% op de loonstrook in de periodes vanaf die wijziging afwijken van het nieuwe PT% volgens rooster. Volgens het pensioenfonds dient dit op deze manier te werken; vragen hierover kunnen dan ook aan hen worden gesteld.

Rekenvoorbeeld WIA- en WGA-regelingen

 Stap 1: pensioenregeling   | Stap 2: WIA-regeling  
Salaris 1e periode (A) 2000 Salaris 1e periode (A) 2000
Maanden (B) 12 I -102,91
VT% = 8% (C) 1,08    
Jaargrondslag (A*B*C)(=D) 25920 A-I 1897,09
Franchise (E) 14904 | Maanden (B) 12
D-E=F 11016 VT% = 8% (C) 1,08
12 Jaargrondslag(A-I) * B * C (= J) 24586,31491
Premiegrondslag (F/B)(=G) 918 Maanden (B) 12
    premiegrondslag (J/B) 2048,86
WN % (H) 11% WN % (H) 0.06%
Premiepercentage (G*H)(=I) 102,91 Premie NMBRS (=K) 1,23

WIA Metalektro schrijft een berekening voor die als volgt gaat:

Salaris 1e periode (A) 2000
  12
VT% = 8% (C) 1,08
Jaargrondslag(A*B*C)(=D) 25920
I -102.91
   
D-I (=K) 25828,2
Maanden (B) 12
Premiegrondslag (K/B) 2152,35
WN % (H) 0.06%
Premie Metalektro (=L) 1,29

K-L=1.29-1.23= 0.06 euro

Dit resulteert, bij een bruto salaris van €2000, in een verschil van €0,06 per periode tussen de twee berekeningsmethodes. Dit kan eventueel op medewerkersniveau gecorrigeerd worden in dashlet Medewerker brancheregelingen. Daar kan de jaargrondslag hard ingegeven worden, zodat de de jaargrondslag van de brancheregeling overschreven wordt.

 

 

Opmerkingen